Woordenlijst voor kinderen
Hoor je een moeilijk woord over aardbevingen? Hier leggen we het simpel uit. Twintig woorden, kort en helder. Bij elk woord staat een kleine tekening. Zo snap je het sneller.
Sommige woorden over aardbevingen klinken lastig. Maar ze zijn niet zo moeilijk als ze lijken. Hieronder vind je twintig woorden. Elk woord heeft een korte uitleg van een of twee zinnen. Bij elk woord staat ook een kleine tekening. Zo zie je meteen wat het betekent.
Je kunt de lijst gewoon van boven naar beneden lezen. De woorden staan op alfabet. Dat betekent: van A naar Z. Hierboven staan ook knopjes. Klik op een woord en je springt er meteen naartoe.
Wil je eerst weten hoe een beving werkt? Lees dan de uitleg voor kinderen. Daar staan ook tekeningen bij. Daarna snap je deze woorden nog beter.
Kort gezegd
Een aardbeving is het schudden van de grond. Dat komt doordat grote stukken aardkorst, de platen, soms verschuiven. De woorden hieronder helpen je om daar meer over te begrijpen.
De twintig woorden
- Aardbeving
- De grond schudt heen en weer. Dat komt doordat stukken aardkorst plots verschuiven.
- Aardkorst
- De harde buitenkant van de aarde. Hij lijkt op de dunne schaal van een ei.
- Breuk
- Een scheur diep in de grond. Langs zo'n scheur kan de aardkorst schuiven.
- Diepte
- Hoe ver onder de grond een beving begint. Een diepe beving voel je vaak minder.
- Epicentrum
- De plek op de grond, recht boven het begin van de beving. Daar is het schudden het sterkst.
- Gaswinning
- Gas uit de grond halen. In Groningen gaf dit aardbevingen.
- Geïnduceerd
- Een beving die door mensen komt, niet door de natuur. Lees meer over geïnduceerde aardbevingen.
- Golf
- Trillingen die door de grond reizen. Ze gaan rond als rimpels in water.
- Hypocentrum
- De plek diep onder de grond waar de beving echt begint. Het wordt ook de haard genoemd.
- Kern
- Het hete midden van de aarde. Veel heter dan een oven.
- KNMI
- Het Nederlandse instituut dat aardbevingen meet. Het volgt ook het weer.
- Magnitude
- Een getal dat zegt hoe sterk een beving is. Hoe hoger het getal, hoe meer kracht.
- Mantel
- De dikke, hete laag onder de aardkorst. De platen drijven daar bovenop.
- Naschok
- Een kleinere beving kort na de grote. Lees meer over naschokken.
- Plaat
- Een groot stuk aardkorst. Platen bewegen heel langzaam, een paar centimeter per jaar.
- Schaal van Richter
- Een oude manier om de sterkte in een getal te zeggen. Nu gebruiken meters vaak een nieuwere schaal.
- Seismograaf
- Een apparaat dat trillingen in de grond meet. Het tekent ze als een golvende lijn.
- Trilling
- Een snel heen-en-weer bewegen. Bij een beving trilt de hele grond.
- Tsunami
- Een grote vloedgolf na een beving onder zee. Lees meer over een tsunami.
- Vulkaan
- Een berg waaruit hete vloeibare steen kan komen. In Nederland zijn geen actieve vulkanen.
Nog meer woorden lezen?
Wil je een woord nog uitgebreider weten? Kijk dan in de grote woordenlijst voor volwassenen. Daar staan meer woorden en langere uitleg. Sommige woorden zijn daar moeilijker. Vraag gerust hulp aan een ouder of juf.
Verder kijken
Klaar met de woorden? Ga dan terug naar de startpagina voor kinderen. Daar vind je de uitleg, een quiz en proefjes. Je kunt deze lijst er steeds bij houden. Kom je een woord niet meer tegen? Dan kijk je gewoon hier nog eens.