Aardbeving.org
Geïnduceerde bevingen · gaswinning · Noord-Nederland

Aardbevingen in Groningen

Onder Groningen lag het grootste gasveld van West-Europa. Zestig jaar winning liet de grond inklinken — en de grond beeft. Hier leest u hoe dat werkt, wat er gebeurde, en waarom het risico ook na de sluiting blijft.

In het kort

De aardbevingen in Groningen zijn geïnduceerd: ze ontstaan doordat de gasvoerende zandsteenlaag op ongeveer 3 km diepte inklinkt nu het gas eruit is. Daardoor ontlaadt spanning op bestaande breuken. De eerste aan gaswinning toegeschreven beving was bij Assen op 26 december 1986 (M 2,8); de zwaarste was Huizinge op 16 augustus 2012 (M 3,6). Het Groningenveld is in april 2024 na 61 jaar definitief gesloten, maar op 14 november 2025 beefde het opnieuw bij Zeerijp (M 3,4). De opgebouwde spanning ontlaadt nog jaren, dus het seismisch risico blijft.

Waarom het beeft in Groningen

Anders dan in Limburg, waar de bodem langs natuurlijke breuken beweegt, zijn de Groningse bevingen door de mens veroorzaakt. Het gas zat opgesloten in een poreuze zandsteenlaag — de Rotliegend-formatie — op ongeveer 3 kilometer diepte. Toen die laag werd leeggepompt, daalde de gasdruk in de poriën. Het gesteente kon het gewicht van alle bovenliggende lagen minder goed dragen en begon samen te drukken. Die langzame inklinking heet compactie.

Compactie zelf veroorzaakt geen beving; ze leidt tot geleidelijke bodemdaling. Maar de zandsteenlaag is doorsneden door talloze oude breuken. Aan weerszijden van zo'n breuk klinkt het gesteente niet gelijkmatig in. Er bouwt zich schuifspanning op, totdat het gesteente plotseling langs de breuk schiet. Die ontlading is de aardbeving — fysisch identiek aan een natuurlijke beving, alleen is de oorzaak menselijk. Dit verschijnsel staat uitgebreider beschreven op de pagina over geïnduceerde aardbevingen.

Maaiveld & woningen Boven­liggende lagen (0–3 km) Gasvoerende zandsteen (~3 km) Diepere ondergrond winput inklinking beving op breuk
Gaswinning onttrekt gas aan de zandsteenlaag op ~3 km; de laag klinkt in (compactie) en de opgebouwde spanning ontlaadt langs een bestaande breuk. Schematisch, niet op schaal.

De geschiedenis: van 1986 tot Zeerijp 2025

Het Groningenveld werd ontdekt bij Slochteren in 1959 en kwam in 1963 in productie. Decennialang gold gaswinning als veilig. Dat beeld kantelde langzaam. De eerste aardbeving die het KNMI aan de gaswinning toeschreef vond plaats bij Assen op 26 december 1986, met een magnitude van 2,8. In de jaren daarna nam het aantal bevingen toe naarmate de compactie doorzette; sinds 1991 registreerde het KNMI er meer dan 1.300.

Het echte keerpunt kwam op 16 augustus 2012. De beving bij Huizinge bereikte een magnitude van 3,6 — de zwaarste ooit in Groningen. De schade in een groot gebied rond Loppersum en de daaropvolgende analyses maakten duidelijk dat zwaardere bevingen mogelijk waren dan tot dan toe aangenomen. In 2015 concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat de veiligheid van bewoners jarenlang ondergeschikt was gemaakt aan de gaswinning. Vanaf dat moment werd het productieplafond stap voor stap verlaagd.

Na meer dan zes decennia productie werd het veld in april 2024 definitief gesloten. Toch beefde het op 14 november 2025 opnieuw, ditmaal bij Zeerijp, met een magnitude van 3,4 en een naschok van M 2,1. Die beving — na sluiting — bevestigde wat seismologen voorspelden: de in tientallen jaren opgebouwde spanning ontlaadt zich nog jaren, ook zonder nieuwe winning.

IJkpunten in de Groningse bevingsgeschiedenis (bron: KNMI, SodM, Onderzoeksraad voor Veiligheid)
DatumLocatieMagnitudeBetekenis
26 dec 1986Assen2,8Eerste aan gaswinning toegeschreven beving
16 aug 2012Huizinge3,6Zwaarste ooit; politiek kantelpunt
April 2024GroningenveldVeld definitief gesloten na 61 jaar
14 nov 2025Zeerijp3,4Zware beving ná sluiting (naschok M 2,1)

Waarom ondiepe bevingen hard aankomen

Een magnitude van 3,4 of 3,6 klinkt bescheiden naast de zware tektonische bevingen elders ter wereld. Toch veroorzaken de Groningse bevingen veel schade. De verklaring zit in de diepte. Tektonische bevingen ontstaan vaak tien tot twintig kilometer diep; de Groningse bevingen vinden plaats op ongeveer 3 kilometer. Dat is extreem ondiep.

Hoe dichter de bron bij het oppervlak ligt, hoe minder de seismische golven onderweg uitdoven. De energie komt geconcentreerd en met weinig verlies aan in een relatief klein gebied recht boven de bron. Het verschil tussen de bron (het hypocentrum) en het punt aan de oppervlakte erboven (het epicentrum) is daarom klein — wie het onderscheid wil begrijpen, vindt dat op de pagina over hypocentrum en epicentrum. Bij gelijke magnitude voelt een ondiepe beving daardoor zwaarder en richt ze meer schade aan dan een diepe. Daar komt bij dat veel Groningse woningen oude, niet-versterkte metselwerkconstructies zijn die slecht tegen horizontale schokken kunnen.

Schade en versterking

De gevolgen voor bewoners zijn ingrijpend: scheuren in muren, beschadigde funderingen, en huizen die als onveilig zijn beoordeeld. Twee instanties zijn opgericht om dit aan te pakken. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) handelt schademeldingen af en keert vergoedingen uit. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) leidt de versterkingsoperatie: het bouwkundig veiliger maken of vervangen van woningen die niet aan de veiligheidsnorm voldoen.

Heeft u schade aan uw woning, dan kunt u die melden bij het IMG; hoe dat proces verloopt staat beschreven op schade melden. De voortgang en omvang van de versterking — een van de grootste bouwoperaties van Nederland — komt aan bod op de pagina over de versterkingsoperatie. Beide trajecten lopen door, ook nu de winning is gestopt, omdat de bestaande schade nog niet is afgehandeld en het risico op nieuwe bevingen blijft.

De bevingszone op de kaart

De zwaarste bevingen concentreren zich in het noordoosten van het Groningenveld, rond de dorpen Loppersum en Zeerijp. De onderstaande kaart toont dit kerngebied. De markers staan op Huizinge (53,348° N, 6,752° O) en Zeerijp (53,36° N, 6,78° O) — de plaatsen van de zwaarste en de meest recente zware beving. Het gebied ligt tussen de stad Groningen in het zuidwesten en de Eemshaven in het noorden; de bevingszone Loppersum–Zeerijp vormt het hart ervan.

Statische kaart van de bevingszone Loppersum–Zeerijp. Markers: Huizinge (zwaarste beving, 2012) en Zeerijp (zware beving, 2025).

Huizinge — M 3,6 (2012) Zeerijp — M 3,4 (2025)

Wat nu

De winning is voorbij, maar Groningen is niet klaar. De compactie van de zandsteenlaag gaat nog enige tijd door, en de spanning die zich opbouwde tijdens decennia productie zoekt nog een uitweg langs de breuken. Het KNMI houdt de seismiciteit nauwlettend in de gaten met een dicht meetnet, waaronder boorgatseismometers diep in de Groningse bodem. SodM houdt toezicht op de veiligheid in en rond het lege veld.

Voor bewoners betekent dit dat lichte bevingen voorlopig kunnen blijven optreden en dat een zwaardere beving, zoals die bij Zeerijp in 2025, niet is uitgesloten. De afhandeling van schade en de versterking van woningen zijn daarmee geen tijdelijke maatregelen, maar een opgave die nog jaren doorloopt.

Verder lezen

Bronnen

  1. KNMI (2025), "Terugblik aardbevingen Groningen en seismisch meetnet", knmi.nl.
  2. Staatstoezicht op de Mijnen (2024), "Toezicht op gaswinning en seismisch risico Groningen", sodm.nl.
  3. Onderzoeksraad voor Veiligheid (2015), "Aardbevingsrisico's in Groningen", onderzoeksraad.nl.
  4. Instituut Mijnbouwschade Groningen (2025), "Schadeafhandeling Groningen", schadedoormijnbouw.nl.
  5. Nationaal Coördinator Groningen (2025), "Versterkingsoperatie Groningen", nationaalcoordinatorgroningen.nl.