In het kort
Geologen onderscheiden drie hoofdtypen breuken op basis van de bewegingsrichting: strike-slip (horizontaal langs elkaar), normaal (het hangende blok zakt, bij rek) en reverse/thrust (het hangende blok schuift omhoog, bij compressie). Het type bepaalt mede de aard van de beving en — bij verticale verplaatsing onder zee — het tsunamirisico.
Wat een breuk is
Een breuk is een breukvlak in de aardkorst: een vlak waarlangs twee gesteenteblokken ten opzichte van elkaar zijn verschoven. Spanning bouwt zich jarenlang op terwijl de blokken vastzitten door wrijving. Wanneer de spanning de wrijving overschrijdt, schiet het gesteente plotseling los. Die plotselinge verschuiving is precies wat we als aardbeving voelen — de opgespaarde energie komt vrij als seismische golven.
Niet elke breuk is op dit moment actief. Veel breuken zijn miljoenen jaren oud en bewegen zelden of nooit meer. Een breuk wordt pas gevaarlijk waar de blokken nog onder spanning staan, doorgaans aan of nabij de grenzen van tektonische platen. Hoe die platen ten opzichte van elkaar bewegen, bepaalt of de blokken langs elkaar schuiven, uit elkaar trekken of tegen elkaar duwen — en dus welk van de drie breuktypen ontstaat.
De geoloog beschrijft de twee zijden van een hellend breukvlak met vaste termen. Het hangende blok (Engels: hanging wall) ligt bóven het schuine vlak; het liggende blok (footwall) ligt eronder. Of het hangende blok omhoog of omlaag beweegt, is het kenmerk dat de typen van elkaar scheidt.
Strike-slip: zijdelings langs elkaar
Bij een strike-slip-breuk (in het Nederlands ook wel zijschuiving of horizontale verschuiving) bewegen de twee blokken vooral horizontaal langs elkaar. Het breukvlak staat meestal bijna verticaal. Er is nauwelijks verticale verplaatsing, waardoor het reliëf aan het oppervlak weinig verandert — maar de horizontale verschuiving kan over duizenden jaren enorm oplopen.
Het bekendste voorbeeld is de San Andreas in Californië, de grens waar de Pacifische plaat langs de Noord-Amerikaanse plaat schuift. Omdat de beweging horizontaal is, verplaatst een strike-slip-breuk weinig water als hij onder zee ligt; het tsunamirisico is daardoor doorgaans laag. Volgens de USGS zijn de zwaarste strike-slip-bevingen meestal beperkt in magnitude vergeleken met de allergrootste subductiebevingen.
Normaal: het hangende blok zakt
Een normale breuk ontstaat onder rek: de korst wordt uit elkaar getrokken. Het breukvlak helt schuin, en het hangende blok zakt langs dat vlak omlaag ten opzichte van het liggende blok. Waar twee normale breuken naar elkaar toe hellen, zakt het tussenliggende blok weg als een lange dalvormige slenk (een graben).
Dit type komt voor in Nederland. De Roerdalslenk in Limburg is een actief gerekt gebied tussen normale breuken, waaronder de Peelrandbreuk. Hier ontladen zich de zwaarste natuurlijke bevingen van ons land — de aardbeving bij Roermond op 13 april 1992 (magnitude 5,8) is daarvan het ijkpunt. Meer over dit gebied lees je op de pagina over Limburg en de Roerdalslenk.
Reverse en thrust: het hangende blok omhoog
Een reverse-breuk is het spiegelbeeld van een normale breuk: hier staat de korst onder compressie en wordt het hangende blok langs het hellende vlak omhoog geduwd. Een thrustbreuk (overschuiving) is een reverse-breuk met een flauwe helling, doorgaans onder de 30 graden, waarbij grote gesteentepakketten over elkaar heen schuiven.
Dit type bouwt gebergten op. De Himalaya is het resultaat van de botsing tussen de Indische en de Euraziatische plaat. In subductiezones, waar een oceanische plaat onder een andere wegduikt, treden de zwaarste bevingen ter wereld op — vrijwel alle bevingen boven magnitude 9 zijn thrustbevingen. Omdat de zeebodem hierbij plotseling verticaal omhoog springt, verplaatsen ze enorme hoeveelheden water.
Welke typen in Nederland voorkomen
Nederland ligt niet op een plaatgrens, maar de korst onder het zuidoosten wordt langzaam gerekt. Daardoor zijn de natuurlijke breuken hier vrijwel allemaal normale breuken. De Roerdalslenk is een actieve slenk: het Roergebied zakt geleidelijk weg tussen de Peelrandbreuk en de Feldbiss-breuk. De TNO Geologische Dienst Nederland houdt deze breuken in kaart en monitort de beweging.
De bevingen in Groningen zijn van een andere orde. Die zijn niet tektonisch maar geïnduceerd: door gaswinning klinkt een diepe zandsteenlaag in, waardoor spanning ontlaadt langs bestaande, veelal normale breuken in de ondergrond. De beweging is dus klein en ondiep, maar het mechanisme — verschuiving langs een breukvlak — is hetzelfde als bij een natuurlijke beving.
| Type | Spanning | Beweging hangend blok | Voorbeeld | Tsunamirisico |
|---|---|---|---|---|
| Strike-slip | Afschuiving (horizontaal) | Zijdelings, langs elkaar | San Andreas (VS) | Laag |
| Normaal | Rek | Omlaag | Roerdalslenk (Limburg) | Beperkt |
| Reverse / thrust | Compressie | Omhoog | Himalaya · subductiezones | Hoog |
Verband met tsunami's
Of een onderzeese beving een tsunami opwekt, hangt sterk af van het breuktype. Een tsunami ontstaat wanneer de zeebodem plotseling verticaal verschuift en zo de hele waterkolom erboven in beweging brengt. Strike-slip-bevingen verplaatsen de bodem vooral horizontaal en wekken daarom zelden grote golven op. Thrust- en reverse-bevingen springen verticaal omhoog en kunnen juist verwoestende tsunami's veroorzaken, zoals de USGS bij grote subductiebevingen heeft gedocumenteerd. Hoe dat precies werkt, lees je op de pagina over tsunami's.
Misvattingen
"Een breuk is een lege spleet in de grond"
Nee. Een breuk is een vlak waarlangs gesteente is verschoven, geen open kloof. De blokken aan weerszijden raken elkaar nog steeds en zitten meestal vast door wrijving; pas bij een beving glijden ze even los.
"Het breuktype bepaalt de magnitude"
Niet rechtstreeks. De magnitude hangt vooral af van het oppervlak van de breuk dat losbreekt en de verschuiving daarvan. Wel komen de allergrootste bevingen bijna uitsluitend bij thrustbreuken in subductiezones voor, omdat daar de grootste breukvlakken kunnen breken.
Verder lezen
Wil je begrijpen waarom platen elkaar duwen, trekken of langs elkaar schuiven, begin dan bij de platentektoniek. Voor het Nederlandse beeld zijn de pagina's over Limburg en de basisuitleg over hoe een aardbeving ontstaat de logische vervolgstappen.
Bronnen
- USGS (2024), "Faults — Earthquake Hazards Program", United States Geological Survey. earthquake.usgs.gov
- KNMI (2024), "Aardbevingen en seismologie", Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. knmi.nl
- TNO Geologische Dienst Nederland (2024), "Breuken en ondergrond van Nederland". via KNMI / DINOloket