Lesbrief · primair onderwijs
Lesbrief groep 7-8: aardbevingen en Groningen
Een complete les van 60 minuten waarin leerlingen ontdekken hoe aardbevingen ontstaan, wat de schaal van Richter betekent en waarom Groningen al jaren beeft. Inclusief lesopbouw, werkblad, differentiatie en een evaluatie met antwoordsleutel.
Deze lesbrief brengt drie onderwerpen samen in één lesuur: de beweging van de aardplaten, het meten van een beving met de schaal van Richter, en de bijzondere situatie in Groningen, waar bevingen niet door platen maar door gaswinning ontstaan. De les vraagt geen voorkennis. Als leerkracht heb je alleen een digibord, papier en eventueel het werkblad nodig.
Het materiaal sluit aan op de leerlijn van Aardbeving.org. Wil je dezelfde stof eenvoudiger aanbieden, dan vind je een lichtere versie op de pagina voor groep 5-6. Voor het overzicht van al het lesmateriaal en de leerlijn kijk je op de hoofdpagina lesmateriaal.
Aansluiting op de kerndoelen
De les is afgestemd op de SLO-kerndoelen voor het primair onderwijs. Onder Natuur & Techniek leren leerlingen verschijnselen onderzoeken en verklaren; onder Aardrijkskunde leren ze hun eigen omgeving en Nederland kennen. De casus Groningen verbindt beide vakgebieden: een natuurverschijnsel met directe gevolgen voor mensen in Nederland.
| Lesonderdeel | Vakgebied | Wat leerlingen oefenen |
|---|---|---|
| Platentektoniek | Natuur & Techniek | Een natuurverschijnsel verklaren met een eenvoudig model |
| Schaal van Richter | Natuur & Techniek | Meten, vergelijken en getallen interpreteren |
| Casus Groningen | Aardrijkskunde | Mens en omgeving in Nederland met elkaar verbinden |
Lesopbouw in vijf fasen
De vijf fasen passen samen binnen 60 minuten. De tijden zijn richtlijnen; pas ze gerust aan op het tempo van je groep.
1. Introductie platentektoniek (10 min)
Begin met een korte demonstratie. Leg twee stukken karton naast elkaar en duw ze tegen elkaar: de randen kreukelen of schuiven over elkaar. Vertel dat de buitenkant van de aarde uit grote platen bestaat die langzaam bewegen. Waar platen langs elkaar schuiven, hopen spanningen zich op. Komt de spanning plotseling vrij, dan trilt de grond: een aardbeving. Gebruik onderstaande schets op het digibord.
2. De schaal van Richter (12 min)
Leg uit dat we de kracht van een beving meten met een getal. Hoe hoger het getal, hoe sterker de beving. Belangrijk inzicht voor deze leeftijd: de schaal is niet lineair. Elke stap omhoog betekent ongeveer tien keer zo grote uitslag op de seismograaf en bijna 32 keer zoveel energie. Een beving van 6 is dus veel meer dan twee keer zo sterk als een beving van 3. Laat dit klassikaal vergelijken met de onderstaande voorbeelden en verwijs naar de uitleg over de schaal van Richter voor extra achtergrond.
| Magnitude | Wat merk je ervan |
|---|---|
| 2,0 | Nauwelijks voelbaar; alleen meetbaar met apparatuur |
| 3,6 | Zwaarste beving in Groningen (Huizinge, 2012): schade aan huizen |
| 5,5 | Lichte schade aan gebouwen over een groter gebied |
| 7,0 | Zware schade; gevaarlijk in dichtbevolkte gebieden |
3. Casus Groningen (15 min)
Nu wordt het concreet voor Nederland. In Groningen liggen de aardplaten stil, en toch beeft de grond. Leg uit dat dit komt door de winning van aardgas uit de diepe ondergrond. Door het oppompen van gas daalt de druk en zakt de bodem een beetje, waardoor breuken in de gesteentelagen schoksgewijs verschuiven. Dat zijn de zogenoemde geinduceerde bevingen. De zwaarste tot nu toe was de beving bij Huizinge in 2012, met een magnitude van 3,6. Hoewel dat getal laag lijkt vergeleken met bevingen aan plaatranden, was de schade groot: de bevingen zitten ondiep en de huizen waren er niet op gebouwd.
Bespreek kort de gevolgen voor bewoners: scheuren in muren, onveilige gevoelens en jarenlange procedures over schadeherstel. Verdiep dit met de leerlingen via de pagina over aardbevingen in Groningen. Vraag de klas waarom een beving van 3,6 in Groningen meer schade kan geven dan eenzelfde beving elders. Het antwoord (geringe diepte en kwetsbare bebouwing) komt terug in de evaluatie.
4. Werkblad en opdracht (15 min)
Laat de leerlingen in tweetallen het werkblad maken. Daarop ordenen ze de begrippen plaat, breuk, spanning en magnitude, tekenen ze de twee oorzaken van bevingen (platen en gaswinning) en zetten ze vier voorbeeldbevingen op volgorde van kracht. Wie snel klaar is, schrijft in eigen woorden uit waarom de schaal van Richter geen gewone meetlat is.
TODO — werkblad (PDF): het downloadbare werkblad bij deze les wordt nog toegevoegd. Tot die tijd kun je de opdracht klassikaal op het digibord laten uitvoeren of leerlingen de drie tabellen op deze pagina laten naschrijven.
5. Afsluiting (8 min)
Sluit de les af met de evaluatievragen hieronder. Bespreek de antwoorden klassikaal en laat enkele leerlingen in één zin samenvatten wat ze geleerd hebben. Koppel terug naar het lesdoel: weet de klas nu hoe een aardbeving ontstaat en waarom Groningen een bijzonder geval is?
Differentiatie
Voor leerlingen die meer uitdaging aankunnen, laat je het verschil tussen natuurlijke en geinduceerde bevingen verder uitwerken, of laat je hen op de pagina over platentektoniek opzoeken welke soorten plaatranden er zijn. Leerlingen die meer steun nodig hebben, werken met het tweetal-werkblad en concentreren zich op één kernidee: spanning bouwt op en komt plotseling vrij. Gebruik voor deze groep extra de demonstratie met karton en houd de schaal van Richter beperkt tot de begrippen klein, gemiddeld en groot.
Evaluatievragen
Gebruik deze vragen klassikaal of als korte schriftelijke toets. De antwoordsleutel staat eronder, ingeklapt.
- Waaruit bestaat de buitenkant van de aarde volgens de les?
- Wat gebeurt er bij een breuklijn als de opgebouwde spanning plotseling vrijkomt?
- Wat betekent een hoger getal op de schaal van Richter?
- Is een beving van 6 twee keer zo sterk als een beving van 3? Leg uit.
- Waardoor ontstaan de aardbevingen in Groningen?
- Welke magnitude had de zwaarste beving in Groningen, en waar en wanneer was die?
- Waarom kan een beving van 3,6 in Groningen toch veel schade geven?
Antwoordsleutel
- Uit grote aardplaten die langzaam bewegen.
- De grond trilt: er ontstaat een aardbeving.
- De beving is sterker; elke stap omhoog betekent ongeveer tien keer zo grote uitslag.
- Nee, veel meer dan twee keer zo sterk. Drie stappen verschil betekent enorm veel meer energie (bijna 32 keer per stap).
- Door de winning van aardgas: de bodem daalt en breuken verschuiven schoksgewijs (geinduceerde bevingen).
- Magnitude 3,6, bij Huizinge in 2012.
- Omdat de bevingen ondiep zitten en de huizen er niet op gebouwd waren.
Doorlopende leerlijn
Deze les is de bovenbouwversie binnen de leerlijn van Aardbeving.org. Jongere leerlingen beginnen met de concrete en veilige introductie voor de onderbouw, waar bevingen via spel en eenvoudige beelden aan bod komen. In groep 5-6 komen de eerste begrippen erbij, en in groep 7-8 (deze les) volgt de stap naar oorzaak, meting en de Nederlandse casus. In het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen dezelfde onderwerpen verdiepen met seismografiek, energie en het beleid rond de gaswinning.
Bronnen
- KNMI (2012), "Aardbeving bij Huizinge, magnitude 3,6", Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. knmi.nl
- SodM (2013), "Risico's van aardbevingen door gaswinning in Groningen", Staatstoezicht op de Mijnen. sodm.nl
- USGS (2023), "The Richter Magnitude Scale", United States Geological Survey. earthquake.usgs.gov