Aardbeving.org
Voor kinderen · 8 tot 12 jaar

Drie aardbevingsproefjes

Wil je weten hoe een aardbeving werkt? Dan ga je het zelf maken. Hieronder staan drie proefjes voor thuis. Je hebt alleen spullen nodig die je al in huis hebt.

Een aardbeving is een trilling in de grond. De grond beweegt soms, omdat de bovenkant van de aarde uit grote stukken bestaat. Die stukken duwen tegen elkaar. Soms schieten ze plotseling los. Dat voel je als een beving.

Met deze proefjes maak je dat zelf na. Je leert hoe je trillingen tekent. Je ziet welk huisje het beste blijft staan. En je voelt hoe spanning zich opbouwt en dan losschiet. Wil je eerst meer lezen? Bekijk dan de uitleg over aardbevingen voor kinderen.

Vraag een volwassene om hulp. Bij het snijden van karton heb je een schaar nodig. Bij de gelatine gebruik je heet water. Doe die stappen samen met een grote.

Proef 1 — Maak een seismograaf van een schoenendoos

Een seismograaf is een apparaat dat trillingen tekent. Het KNMI gebruikt echte seismografen om bevingen te meten. Jij maakt er een van een schoenendoos. Hij tekent een lijn op papier. Als de grond trilt, gaat de lijn op en neer.

stift aan elastiek papier trekken →
De stift hangt stil. De doos en het papier bewegen. Zo ontstaat de trillijn.

Wat heb je nodig?

  • Een lege schoenendoos
  • Een stift
  • Een lange strook papier
  • Een paar gummibandjes

Wat moet je doen?

  1. Knip aan twee zijkanten van de doos een smalle gleuf. De papierstrook moet er net doorheen passen.
  2. Hang de stift met gummibandjes op. De punt raakt het papier net.
  3. Schuif de papierstrook door de gleuven heen.
  4. Trek het papier heel langzaam en rustig door de doos.
  5. Laat iemand de tafel schudden. Kijk wat de stift tekent.

Wat je leert

De stift hangt los en wil stil blijven hangen. De doos en het papier bewegen wel. Daardoor tekent de stift een gekartelde lijn. Schud je hard? Dan zijn de toppen groter. Een echte seismograaf werkt precies zo. Hoe trillingen door de grond reizen, lees je op de pagina over seismische golven.

Proef 2 — De gelatine-aardbeving

De grond onder een stad is niet overal even hard. Soms is hij zacht, zoals natte klei. Een zachte grond beweegt meer bij een beving. Met gelatine maak je zo'n zachte grond na. Daarop zet je LEGO-huisjes.

laag & breed hoog & smal wiebelende gelatine
Zet twee huisjes op de gelatine. Schud de schaal. Welk huisje valt het eerst om?

Wat heb je nodig?

  • Gelatine in een platte schaal
  • LEGO-blokjes voor twee huisjes

Wat moet je doen?

  1. Maak gelatine in een platte schaal. Laat hem hard worden in de koelkast.
  2. Bouw twee huisjes: een laag en breed huisje, en een hoog en smal huisje.
  3. Zet de twee huisjes op de gelatine.
  4. Schud de schaal voorzichtig heen en weer.
  5. Kijk welk huisje het langst blijft staan.

Wat je leert

Het hoge, smalle huisje wiebelt veel meer. Het valt het snelst om. Het lage, brede huisje blijft langer staan. Daarom bouwen mensen in bevingsgebieden vaak lage, stevige huizen. De zachte gelatine schudt langer na dan harde grond. Dat is precies waarom een zachte ondergrond gevaarlijker kan zijn.

Proef 3 — Boeken die plotseling schuiven

Diep in de grond zitten breuken. Dat zijn scheuren waar twee stukken steen tegen elkaar liggen. Ze willen langs elkaar schuiven. Maar wrijving houdt ze vast. De spanning wordt steeds groter. Dan schieten ze plotseling los. Met twee boeken voel je dit zelf.

schuurpapier = wrijving duw
Het schuurpapier houdt de boeken vast. Duw je hard genoeg, dan schiet het boek opeens weg.

Wat heb je nodig?

  • Twee dikke boeken
  • Twee velletjes schuurpapier

Wat moet je doen?

  1. Plak op elk boek een velletje schuurpapier.
  2. Leg de boeken op elkaar, met de ruwe kanten tegen elkaar.
  3. Duw het bovenste boek langzaam opzij.
  4. Duw steeds een beetje harder.
  5. Voel hoe het boek lang blijft hangen en dan plots wegschiet.

Wat je leert

De wrijving houdt de boeken eerst vast. Je duwt en duwt, maar er gebeurt niets. De spanning wordt groter. Dan schiet het boek opeens los. Dat plotselinge slippen is precies wat er bij een breuk gebeurt. De aarde houdt de spanning lang vast en laat hem dan in een paar seconden los.

Wist je dat?

De zwaarste aardbeving in Nederland was bij Roermond op 13 april 1992. Hij had een kracht van 5,8 op de schaal van Richter. Mensen voelden hem tot in Duitsland en België. In Groningen komen bevingen voor door gaswinning. De zwaarste daar was bij Huizinge op 16 augustus 2012, met een kracht van 3,6. Bron: KNMI.

Wat doe je hierna?

Heb je alle drie de proefjes gedaan? Goed bezig. Test nu wat je hebt geleerd. Doe de aardbevingsquiz voor kinderen met tien vragen. Wil je meer ontdekken? Op de pagina voor kinderen vind je tekeningen, een woordenlijst en kleurplaten. Veel plezier.